|
Rubrieken
|
Thema's > Voetbal Vrij vroeg raakte Hongarije in de ban van het voetbal. In 1879 onderrichtte een Engelse student, Ray genaamd, nieuwsgierige kennissen in Boedapest. Daarmee was Hongarije iets eerder besmet dan Oostenrijk en Tsjecho-Slowakije, waarmee het één groot imperium vormde. In 1885 kwam Újpest Sport Club (later Újpest Dózsa) ter wereld in de voorstad Újpest van Boedapest. De Gymnastiek en Atletiek Club uit Boedapest stelde in 1888 een afdeling open voor voetbal, onder de naam van Magyar Testgyakorlók Köre (MTK). Beide verenigingen vertoefden nog in de schaduw van Budapesti Torna Club (BTC), ook wel Budapest Gymnastics Club genoemd vanwege de Engelse afkomst.De eerste twee kampioenschappen waren bestemd voor BTC, dat in 1897 de allereerste wedstrijd organiseerde in Hongarije. Zo'n honderd toeschouwers bekeken een onderonsje van twee door BTC samengestelde teams. In 1899 sloot Ferencváros Torna Club (FTC) zich aan bij de pioniers. Geen club zou méér overheersen: 27 landtitels en 20 nationale bekers, plus de Beker der Jaarbeurssteden. Dertien clubs riepen in 1901 de nationale bond uit, de Magyar Labdarúgo Szövetség, residerend in de hoofdstad. De MLS werd in 1906 lid van de FIFA. Er waren toen al enkele internationale contacten. Reeds in 1897 werd de eerste (niet-officiële) internationale match gespeeld tussen Hongarije in en tegen Oostenrijk. Deze match werd ten andere na 50 jaar herdacht in 1947, waarbij Hajós Alfréd, samen met Puskás Ferenc, de aftrap gaf van de jubileummatch. In 1902 maakte het Hongaarse team opnieuw een uitstapje naar Wenen voor (ditmaal) zijn eerste officiële wedstrijd. Op 12 oktober liep het daar tegen een 5-0 nederlaag op, met volgende ploeg: Bádonyi Gyula (Budapesti TC) - Béran József (Ferencvárosi TC), Gabrowitz Emil (Postás SE) - Koltai József (Ferenvárosi TC), Pozsonyi Imre (Magyar Úszó Egylet), Bayer Jenő (Magyar Athletikai Club) - Buda István (Budapesti TC), Steiner Bertalan (33 FC), Pokorny József (Ferenvárosi TC), Hajós Alfréd (Budapesti TC), Oláh Károly (Budapesti SC). De rivaliteit tussen Hongarije en Oostenrijk was gezaaid. In 1908 schreef Hongarije in voor de
Olympische Spelen in Londen. Het trok zich kort voor de openingsronde tegen
Nederland terug wegens politieke troebels. In datzelfde jaar bezocht Engeland de
Hongaarse hoofdstad. De leermeesters van het spel voerden een demonstratie op:
7-0. In 1912 meldde Hongarije zich aan voor de Olympische Spelen in Zweden. De In 1926 stond de bond de invoering van
het professionalisme toe, naar het voorbeeld van het oppermachtige Oostenrijk.
Dat stimuleerde Ferencváros (het oude FTC) tot de verovering van de in
Midden-Europa serieus genomen Mitropa Cup in 1928. In 1929 evenaarde Újpest die
prestatie. Het professionalisme floreerde in Hongarije en inspireerde het
voetbal. De bekercompetitie, Wanderers Cup gedoopt, draaide van 1930-1936
ongestoord door, al heel wat in die tijd. Clubs buiten Boedapest kregen toegang
tot de eerste divisie. MTK werd tijdelijk veranderd in Húngaria en plantte dat
vaandel drie keer op het hoogste punt: kampioen in 1929, 1936 en 1937. In 1934
liet Hongarije zich aandienen op de Wereldbeker in Italië. In de eerste ronde
vereffende het een oude rekening met Egypte. In de tweede ronde lootte het de
beruchte buurman Oostenrijk, wiens wonderteam met 2-1 zegevierde. In weerwil van
dat verlies oogstten de Hongaren waardering en ontzag. Spelers als Gedurende de tweede wereldoorlog drongen in eigen land twee clubs van buiten de hoofdstad naar het voorste vlak. In 1941 greep Szolnok als buitenbeentje de Cup en in 1944 ging de outsider Nagyvarad (uit de nu in Roemenië gelegen stad Oradea) aan de haal met het kampioenschap. Het communisme marcheerde Hongarije binnen en haalde zoals elders in Europa veel overhoop. De beker werd voor vele jaren in de kluis opgeborgen. In 1948 had dat de oprichting van een legerclub tot gevolg, een al even onduidelijk proces. Honvéd Sport Egyesület peuzelde daarbij het kleinere Kispest op. Al gauw vormde de nieuwkomer een bedreiging voor het establishment. Het ministerie van sport greep bij meer clubs in. Újpest kreeg de toevoeging van Dozsa, MTK heette dan weer Bastya of Vörös Lobogo. Maar gelijktijdig rijpte in Hongarije een zeldzame generatie van talenten. Honvéd strikte Puskás Ferenc en rechtshalf Bozsik József en versterkte zich in 1950 met Kocsis Sándor en doelman Grosics Gyula. MTK koesterde het bezit van Hidegkuti Nándor en Ferencváros kon zijn geluk niet op met linksbuiten Czibor Zoltán. Namen die Europa in de jaren vijftig zouden opschrikken en begeesteren. De wereld leerde hen kennen op de Olympische Spelen van 1952 in Helsinki, waar bondscoach Sebes Guzstáv zijn machine aanzwengelde. Roemenië, Italië, Turkije en Zweden gingen plat, zoals ook Joegoslavië in de finale. In 1953 schokte het droomelftal het Britse Koninkrijk. Op Wembley leed Engeland, op die gedenkwaardige dag in november, het verlies van een dierbare traditie. Met 3-6 capituleerde het voor de superioriteit van de Hongaren. Het elftal bestond uit Grosics Gyula, Buzánszky Jenő, Lantos Mihály, Bozsik József, Lóránt Gyula, Zakariás József, Budai László, Kocsis Sándor, Hidegkuti Nándor, Puskás Ferenc en Czibor Zoltán.
Vijf maanden later peperde Hongarije het de Engelsen nog eens in: 7-1 in Boedapest. De Magic Magyars waren onbetwist favoriet voor de WB van 1954 in Zwitserland. Van Belfast, Londen tot Melbourne stonden zij bovenaan bij de bookmakers. Coach Sebes verdeelde zijn tijd tussen het ministerie van sport en de nationale ploeg. Hij liet de veldtraining veelal over aan Mandi Gyula. In de eerste ronde scoorde Hongarije al meteen, ter intimidatie, zeventien maal: 9-0 tegen Zuid-Korea en 8-3 tegen West-Duitsland. In die laatste wedstrijd tackelde Werner Liebrich op brute wijze Puskás Ferenc. De blessure belette de majoor het meespelen in het vervolg, al nam hij (on)voldoende fit wel deel aan de finale. In de kwartfinales ontaardde het treffen met Brazilië in een schandalige vertoning, altijd gebrandmerkt als de slag van Bern. Bozsik en twee Brazilianen werden uit het veld gestuurd, het publiek bekogelde de Brazilianen met het ergste vuil en na de 4-2 winst van Hongarije moesten de Zuid-Amerikanen zich verschansen in de kleedkamer. Overal werd schande gesproken van dit gewelddadig optreden. Een verademing was de halve finale tegen Uruguay, zowel qua voetbal als qua gedrag van de spelers. In Lausanne schoof Hongarije, zoals verwacht, door naar de finale. Het was overigens de eerste nederlaag van de regerende wereldkampioen op de WB en pas gerealiseerd in de verlenging. Na 2-2 zorgde Kocsis voor 4-2 en voerde zijn persoonlijke productie op tot tien treffers. In de eindstrijd leek niets mis te kunnen gaan tegen West-Duitsland, immers toegetakeld in de eerste ronde. Maar drie zaken speelden de gedoodverfde winnaars parten. Tegen de wens in van de coaches Sebes en Mandi eiste Puskás dat hij zou worden ingezet. Te laat bleek dat hij onvoldoende genezen was. Coach Sepp Herberger had zijn maatregelen getroffen na de les in de eerste ronde en paste een tactiek toe die de Hongaren na rust in verwarring bracht. En de regen betekende een laatste nadeel voor de favoriet. In acht minuten tijd tilde Puskás en Czibor hun ploeg naar 2-0. Maar eerste Morlock en daarna tweemaal Rahn gaven de finale een onverhoedse wending. West-Duitsland demoraliseerde met een tweede treffer van Rahn het Hongaarse meesterschap (3-2). Het zou de enige nederlaag zijn in een serie van 48 interlands tussen 1950-1956, precies op het meest beroerde moment. Het voetbal benaderde de allerhoogste perfectie en anticipeerde op de later over de wereld uitgewaaierde 4-2-4 strategie. Zelden stroomden zoveel specialisten in één elftal samen. Doelman Grosics assisteerde zijn defensie al als een soort extra libero, ver en snel uitlopend. Stopper Lóránt Gyula had aan zijn rechterzijde Buzánszky Jenő en op links Lantos Mihály. Bozsik József op rechts en Zakariás József bestreken het middenveld, waar Hidegkuti Nándor zich vaak liet terugzakken om ruimte te maken voor Puskás Ferenc. Voorin wachtte Kocsis Sándor, bijgenaamd het gouden hoofd, op de voorzetten van de vleugels Budai II Lázsló en Czibor Zoltán. Het was een toevallig wonder van stuk voor stuk technische en tactisch elkaar volmaakt aanvullende sterren. In 1956 rolden in november de Russische
tanks door de straten van Boedapest. De invasie mobiliseerde het afgrijzen van
heel de wereld. Velen vluchtten, onder wie Puskás, Kocsis en Czibor. Het trotse
team spatte uit elkaar. De nationale ploeg plaatste zich nog wel voor de
Wereldbeker van 1958 in Zweden, maar een tijdperk was afgesloten. Goalgetter Bene Ferenc van Újpest trok de rijke traditie door van de Hongaarse durf en wilskracht. In Tokio werd hij topscorer van het Olympisch onderdeel. Albert en Bene stuurden Hongarije naar de WB van 1966 in Engeland. Daar sneuvelde het in de kwartfinales uitgerekend tegen Rusland, de indringer in de geleidelijk meer liberale politiek. De Hongaren shockeerden in hun groep Brazilië, dat in Zweden en Chili tot wereldkampioen geridderd was. Een ongrijpbare Albert Flórián fundeerde de 3-1 zege op de Zuid-Amerikanen, die node Pelé zagen uitvallen. In Mexico 1970 en West-Duitsland 1974 ontbrak de lieveling van vroeger. De gevolgen van de afbraak na de Russische inval deden zich voelen. Hoewel Ferencváros als eerste Oost-Europese club in 1964 de Jaarbeursbeker won, gleed het Hongaarse voetbal toch onstuitbaar af. Pas op de WB van 1978 in Argentinië had het de ergste ellende achter de rug. Hervormingen (de autoriteiten krompen overigens voor 1982-1983 de hoogste divisie nog verder in en tolereerden het professionalisme alleen nog maar voor die klasse) resulteerden in een lichting met revelaties als Nyilasi Tibor en Törőcsik Andras. Het duo kon de ploeg nog niet dragen in Argentinië, waar Hongarije werd ingedeeld in de sterkste poule met Italië, het gastland Argentinië en Frankrijk.Tegen Argentinië zond de Portugese scheidsrechter Garrido da Silva zowel Nyilasi als Törőcsik voortijdig naar de kleedkamer. Beiden wilden zich sportief wreken op de WB 1982 in Spanje. Daar beschikte bondscoach Mészöly Kalman, tussen 1961-1971 zelf 61-voudig international, over zo'n beetje hetzelfde materiaal als dat van het vorige wereldkampioenschap. Ondertussen vier jaar ouder en meer ervaren. Versterkt met in het buitenland geharde profs als Muller Sándor (Hercules in Spanje), doelman Mészáros Ferenc (Sporting Lissabon), de verdedigers Martos Guözö (Waterschei in België), Balint Lázsló (Toulouse in Frankrijk) en de in België weer opgefleurde Fazekas Lázsló (Antwerp).Veel zou er in Spanje, waar zij ondergebracht werden in een poule met België en Argentinië, afhangen van aanvaller Törőcsik Andras. Bijna verongelukt in zijn auto na overmatig drankgebruik, geweerd bij de nationale ploeg, maar gerehabiliteerd om de verwachtingen in eigen land waar te maken. Chauvinistisch vergeleek Hongarije dat team met dat van Puskás, Hidegkuti, Bozsik en Hidegkuti. Het resultaat was dat de ploeg de eerste ronde niet overleefde. Na een overwinning op het onmondige El-Salvador met 10-1, zouden een nederlaag tegen Argentinië (4-1) en een gelijkspel tegen België (1-1) het eind van hun illusies betekenen. In 1986 wist Hongarije zich een laatste maal te plaatsen voor een Wereldbekertornooi, ditmaal in Mexico. Ook hier was weinig roem te behalen en opnieuw een uitschakeling in de eerste ronde was het resultaat. Hongarije verloor met 6-0 van de Sovjet-Unie, won wel nog tegen Canada met 2-0, maar verloor dan opnieuw tegen Frankrijk met 3-0. Het Hongaarse Voetbal vierde zijn 100-jarig bestaan in 2002 en legde in de laatste vier decades dus een lange weg af, maar spijtig genoeg in de verkeerde richting. Omwille van de fameuze 'Magical Magyars' van de jaren '50, zal Hongarije steeds een speciale plaats bekleden in de voetbalgeschiedenis. Dit was ontegensprekelijk het beste team van zijn tijd, maar de Hongaarse opstand van 1956 betekende het einde van die uitzonderlijke ploeg. Begin november 2004 staat
Hongarije, na Angola en juist voor Ghana, op de 74ste plaats in de
wereldranking van de FIFA geklasseerd, op een totaal van 205 landen, en is 2
plaatsen gezakt sinds december 2003. Dat ligt allemaal heel ver van de hoogdagen van de “Magical Magyars” van de jaren ‘50. Ook op clubniveau waren de
successen beperkt. Verkeerd gerichte leiding en weinig financiële middelen hebben de ontwikkeling van het voetbal de laatste 20 jaar sterk tegengehouden, alhoewel een ontwikkelingsprogramma werd opgestart, genoemd naar Bozsik József die 101 maal voor Hongarije speelde en waarvan resultaat mag verwacht worden voor de volgende generatie. Als klein centraal Europees
land vervoegde Hongarije de NATO in 1999 en werd op 1 mei 2004 lid van de
Europese Unie, waarbij het, na het afleggen van een korte weg, de stap zette van
totalitair regime naar democratie en vrije markt. Terwijl het land zich
voorwaarts beweegt - met een stabiel politiek landschap, strenge concurrentie en
vibrerende economie - dienen Hongarije's “die hard” voetbalfans te leven met
wegstervende herinneringen van vergane glorie. De laatste vier decades waren
somber, naar gelijk welke maatstaf, maar door de vergelijking met de gouden
periode van de jaren ‘50 leek dit alles dubbel ontgoochelend. De thans 103 jaar oude
Hongaarse Voetbalbond wou het land dan ook terug op de voetbalkaart plaatsen en
deed in 2002 een stevig bod om de Europese Kampioenschappen in 2008 te mogen
organiseren (ongeveer € 2,3 miljard). Het was inderdaad 30 jaar geleden dat
Hongarije nog eens deelnam aan Europa's grootste competitie. De Hongaarse
president Mádl verklaarde toen: “De inventaris van de meest glorieuze
momenten in onze voetbalgeschiedenis bevat de grootste triomf van ons nationaal
team, de 3-6 overwinning op Engeland op Wembley in 1953. Met deze zege schreven
de Hongaarse voetballers hun namen in goud in de analen van de
voetbalgeschiedenis, niet alleen van hun eigen land, maar van gans de wereld. Nu
is de tijd voor ons gekomen om aan te tonen dat ons land niet alleen een
deelnemer kan zijn, maar ook de gastheer van de voetbalviering in Europa.” Op zondag 25 januari 2004 werd
Hongarije dan ook nog getroffen door het plotse overlijden van zijn
international Fehér Miklós, na een
competitiewedstrijd met zijn Portugese club Benfica. De 24-jarige aanvaller was
in de 60ste minuut in het veld gekomen tijdens de uitwedstrijd tegen Vitoria
Guimaraes en stortte in blessuretijd in zonder op dat moment aan het spel deel
te nemen. Hij werd op het veld nog gereanimeerd en vervolgens naar het
ziekenhuis gebracht waar hij korte tijd later overleed ten gevolge van een
hartstilstand. Na lijkschouwing en onderzoek van het parket zou later blijken
dat de ongelukkige speler een aangeboren hartafwijking had.
De gegevens op deze
pagina zijn afkomstig van Henri De Man (B). Nog veel meer informatie over
het Hongaarse voetbal is te vinden op zijn website.
Deze pagina is geplaatst met toestemming van Henri de Man. Het copyright blijft
onverkort aan Henri De Man (B) toekomen. |
Help mee en houdt
HongarijeVakantieland.nl up-to-date! Klik hier! Andere landen
uit deze serie:
Aruba
België
Bonaire
Bulgarije Curacao
Denemarken
Duitsland
Frankrijk
Griekenland
Hongarije
Italië
Nederland
Oostenrijk
Portugal
Roemenië
Slowakije
Spanje
Turkije
TravelGuideEurope.eu
Unless explicitly specified otherwise, this page and all other pages at this site are Copyright © 2000-2010 by Verasec. Use of text, images, layout, format, look, or feel of these pages, without the written permission of the copyright holder, except as specified in the Copyright Notice, is strictly prohibited. All Rights Reserved, Verasec. Op Hongarije Vakantieland vindt u uitgebreide informatie over Hongarije, het kopen of huren van een huis in Hongarije, maar ook links naar campings in Hongarije en vakantiehuisjes in Hongarije. Steun ons en boek uw hotels en vakantiehuisjes in Hongarije bij "Hongarije Vakantieland". |